Onder Woorden - Home
Home Intensiveringen Artikelen en reportages Over ons
(School)boeken
Woordenboeken
Contact
Spelling
Overig
Intensiveringen, vergelijken en overdrijven in het Nederlands

Voer een zoekwoord in:

Alfabetische lijst

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

aan de grond zitten, geen geld (meer) hebben (veel gebruikt)

  1. Ook ik zit aan de grond. Ik heb ook niets verdiend, dus we zijn een beetje arm.
  2. Niet alleen de familie zat aan de grond, maar ook honderden kleine spaarders, die hun geld op de bank hadden staan.
  3. Ex-SAS soldaat Matt Browning zit aan de grond. Hij heeft meer dan 500.000 pond schuld en op niet betalen staat de dood.



Ontwerp door Bytes Ahead Multimedia