Onder Woorden - Home
Home Intensiveringen Artikelen en reportages Over ons
(School)boeken
Woordenboeken
Contact
Spelling
Overig
Intensiveringen, vergelijken en overdrijven in het Nederlands

Voer een zoekwoord in:

Alfabetische lijst

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

aan de slag, aan het werk; bezig (veel gebruikt)

  1. Zij gingen aan de slag in de tuin van verpleeghuis het Houtens Erf en vulden allerlei bloembakken met vrolijke violen.
  2. Personeel Audi Brussel kan weer aan de slag
  3. Je studeert immers tot eind juni en kan in het beste geval pas in juli aan de slag.
  4. Business to business (B2B) bedrijven gaan eindelijk aan de slag met het professionaliseren van hun e-commerce activiteiten.



Ontwerp door Bytes Ahead Multimedia