Onder Woorden - Home
Home Intensiveringen Artikelen en reportages Over ons
(School)boeken
Woordenboeken
Contact
Spelling
Overig
Intensiveringen, vergelijken en overdrijven in het Nederlands

Voer een zoekwoord in:

Alfabetische lijst

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

aan iemands lippen hangen, luisteren met grote aandacht (veel gebruikt)

  1. Iedereen hing aan zijn lippen. Wat een verteller en wat een prachtig verhaal.
  2. Ze hing aan zijn lippen. Wat hij zei was niet belangrijk; hij was immers knap en charmant. Hij legde zijn arm rond haar schouder.
  3. Ik werd zo aardig ontvangen door de leidster en leider van de 'Houtwurm', en de kinderen hingen aan mijn lippen. Ontroerend!



Ontwerp door Bytes Ahead Multimedia