Onder Woorden - Home
Home Intensiveringen Artikelen en reportages Over ons
(School)boeken
Woordenboeken
Contact
Spelling
Overig
Intensiveringen, vergelijken en overdrijven in het Nederlands

Voer een zoekwoord in:

Alfabetische lijst

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

angstig (gangbaar)

  1. Best een zware rit over slechte wegen en langs angstig grote afgronden, maar het uitzicht is wederom supermooi.
  2. Hoorde in de ochtend wel iets van geronk in mijn hoofd, nadat ik een half uur ervoor in een angstig diepe coma was beland.
  3. En er zit een jongen met angstig lang haar aan een vleugel. Het interieur is wel bijzonder. Alle wanden zijn behangen met muziekinstrumenten.

Dit bijvoeglijk naamwoord behoort bij een groep woorden die zowel een betekenis 'naar, onaangenaam', als 'in hoge mate' hebben. Andere zijn bijvoorbeeld: afschuwelijk, verschrikkelijk.



Ontwerp door Bytes Ahead Multimedia