Onder Woorden - Home
Home Intensiveringen Artikelen en reportages Over ons
(School)boeken
Woordenboeken
Contact
Spelling
Overig
Intensiveringen, vergelijken en overdrijven in het Nederlands

Voer een zoekwoord in:

Alfabetische lijst

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

bomvol, klinkerrijm (veel gebruikt)

  1. Tram zit bomvol! En als ik zeg bomvol, dan is het echt bomvol, want ik heb al in serieus drukke trams gezeten.
  2. Het programma is bomvol. Zo bomvol dat Oosterhuis zich een beetje moet inhouden en zich niet al teveel kan bezondigen aan allerlei spontane uitstapjes op het podium.
  3. Al jaren behoort Autoweek tot de groep (inter)nationeel toonaangevende automagazines, met elke week een nieuwe editie bomvol nieuws en informatie.



Ontwerp door Bytes Ahead Multimedia