Onder Woorden - Home
Home Intensiveringen Artikelen en reportages Over ons
(School)boeken
Woordenboeken
Contact
Spelling
Overig
Intensiveringen, vergelijken en overdrijven in het Nederlands

Voer een zoekwoord in:

Alfabetische lijst

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

er kapot van zijn, verslagen, onthutst

  1. Bij Bavaria is het nieuws over de hoge boete ingeslagen als een bom. ‘We zijn er kapot van’, aldus woordvoerder en mede-eigenaar Peer Swinkels.
  2. Echt, ik ben er kapot van, net als van zijn soloplaat, The Eraser.
  3. Ik ging achter mijn bureau zitten en was er kapot van. Gelukkig vroeg Bep niet aan mij wat er gebeurd was. Daar ben ik tot de dag van vandaag nog blij om.
  4. Wat iedereen maar probeert, hij luistert niet? Al weet hij dat ik er kapot van ben , dat mijn broer er kapot van is, en alle andere mensen rondom hem. En eigenlijk hoort hij alleen zichzelf kapot te maken. Een egoïst, dat is hij, hij denkt alleen aan zichzelf.



Ontwerp door Bytes Ahead Multimedia