Onder Woorden - Home
Home Intensiveringen Artikelen en reportages Over ons
(School)boeken
Woordenboeken
Contact
Spelling
Overig
Intensiveringen, vergelijken en overdrijven in het Nederlands

Voer een zoekwoord in:

Alfabetische lijst

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

onvergeeflijke fout (veel gebruikt)

  1. Maakte hij toch mooi een onvergeeflijke fout: één van de inwoners heette namelijk niet Williams, maar Jones.
  2. Die pandjes werden afgebroken, een onvergeeflijke fout, en de gedenksteen werd weer ter hoogte van nummer 11 in de gevel teruggezet. Goedmakertje?
  3. Ik heb de onvergeeflijke fout begaan in een andere wijk bij een andere fietsenmaker een fiets te kopen. Ja, en nu zit ik met de brokken.



Ontwerp door Bytes Ahead Multimedia