Onder Woorden - Home
Home Intensiveringen Artikelen en reportages Over ons
(School)boeken
Woordenboeken
Contact
Spelling
Overig
Intensiveringen, vergelijken en overdrijven in het Nederlands

Voer een zoekwoord in:

Alfabetische lijst

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

voor (de volle) honderd procent, intens, helemaal (veel gebruikt)

  1. De play-offs starten op 24 april en dan kan ik nog aardig wat trainen en kan ik me voor de volle honderd procent geven.
  2. Hij leeft voor de volle honderd procent in het nu. Mag je hem dan genotszoeker noemen?
  3. Ik zit hier zes maanden en het enige wat ik kan doen, is me voor de volle honderd procent inzetten.
  4. Gelukkig hebben we een gemotiveerde groep vrijwilligers die zich allemaal voor honderd procent inzet om er een geslaagd kamp van te maken.
  5. De voorzitter heeft voor honderd procent gelijk als hij zegt dat we Vlaanderen verder moeten uitbouwen als een logistiek platform voor de rest van Europa.



Ontwerp door Bytes Ahead Multimedia